Home Thema's Mensenrechten en arbeidsomstandigheden In Turkije gaan seizoens- en kinderarbeid hand in hand
In Turkije gaan seizoens- en kinderarbeid hand in hand Afdrukken E-mailadres
Geschreven door FNV Mondiaal   

http://www.fnv.nl/    15 mei 2009    (auteur: Mehmet Ülger)

Een vijfde van de Turkse bevolking leeft onder de armoedegrens. Daarvan zijn kinderen het ergst de dupe: 27 procent leeft onder barre omstandigheden. In de zuidoostelijke steden is de armoede het grootst. Daar zijn ook de meeste seizoenwerkers te vinden. Hun kinderen missen gemiddeld veertien weken onderwijs, zo blijkt uit onderzoek van de onderwijsbond Egitim Sen.

De negen-jarige Zara Yamuktu is een van die kinderen. Ze is het vijfde kind uit een gezin van zeven kinderen. De wintermaanden brengt Zara door in Urfa, in de krottenwijk Sancaktar.  Daar woont ze met haar ouders, broers en zusjes in een kamer die vijf bij zes meter groot is. Er is een wc en een balkon van drie bij zes. Er is een klein, armoedig kookhoekje dat de naam ‘keuken’ niet verdient. Bij droog weer kookt moeder Nazl? buiten op open vuur.

De kamer heeft geen meubels. In een hoek liggen de matrassen opgestapeld die ze ’s avonds neerleggen om te slapen. Dat is ook de plek waar Zara haar huiswerk moet maken. Doorgaans is er weinig te eten. Gasten worden getrakteerd op zelfgemaakte Turkse pizza, betaald van geleend geld.

De dagen in maart worden warmer en de familie maakt zich langzaam gereed voor vertrek. Zara gaat nog even naar school, maar weet dat ze vanaf april het onderwijs moet missen. Ze is een van de vele kinderen in Urfa. Onderwijsbond Egitim Sen deed eind 2007 onderzoek onder 115 scholen voor primair onderwijs in zes Turkse zuidoostelijke steden. Het primair onderwijs in Turkije duurt acht jaar: kinderen gaan vanaf hun zevende tot hun vijtiende naar school. Dit is vastgelegd in de Wet op de leerplicht. Ongeveer tien procent van de kinderen op de onderzochte scholen missen vanwege het seizoenswerk onderwijs. Gemiddeld missen deze kinderen 38,5 dagen onderwijs in het voorjaar en 32,5 dagen in het najaar. Dit is ruim veertien weken school. 

De regio Urfa heeft het hoogste percentage kinderen dat onderwijs mist: achttien procent. De kinderen missen in het voorjaar 66 dagen onderwijs en in het najaar 45. Dit is ruim 22 weken. Op de ongeveer 36 weken onderwijs die een leerplichtig kind hoort te volgen, is dit natuurlijk extreem weinig. Uit het onderzoek van Egitim Sen blijkt dat 26 procent van de seizoenwerkersgezinnen kinderen hebben die leerplichtig zijn. In de maanden maart, april en mei werken ze mee en volgen dan geen onderwijs. In Turkije begint de zomervakantie altijd in juni en duurt drie maanden. In september en oktober missen ze meestal ook onderwijs. Sommigen missen zelfs november, waardoor ze slechts drie maanden per schooljaar lessen volgen.

Wild kamperen
Zara ziet wel op tegen het vertrek. Het is nog onduidelijk welke plantage ze als eerste bezoeken. In elk geval zullen ze de komende maanden katoen gaan plukken in de regio Adana en hazelnoten in het Zwarte Zeegebied. Het gezin reist deels per vrachtwagen en deels per eigen oude Renault 12 uit 1978. Met slechts één grote tent en een stapel matrassen, een pan en wat borden en bestek zal het gezin ook dit jaar weer door het land wild kamperen. Tussendoor is het wachten op een plantage-eigenaar die hen benadert voor werk.

De school staat in de krottenwijk en is net als de huizen erg armoedig, en daar lijdt de kwaliteit van het onderwijs onder. Een lerares stelt: “Als kinderen op een hoger niveau willen doorstuderen, moeten ze absoluut niet naar deze school toe.” Zij vertrekt om die reden rond de zomervakantie naar een andere school. “Ik kan hier niet mijn werk doen”, zegt ze. De meeste leraren vertrekken na enkele jaren van deze school.

Vader Nihat zou Zara graag naar een betere school willen sturen, maar er is geen geld voor de bus en voor het schoolgeld. Ook de schooluniformen (jasjes) kunnen ze niet betalen, laat staan fatsoenlijke broeken en schoenen. “Ik zou wel graag mijn kinderen een betere toekomst bieden”, zegt vader Nihat. “Maar door de armoede zijn onze middelen beperkt.” Ook Zara lijdt hieronder, want zij vindt het seizoenswerk helemaal niet leuk. “Ik ga liever naar school, want ik wil later onderwijzeres worden. Ik vind het werken helemaal niet leuk. Bovendien mis ik het komende half jaar mijn vriendinnetjes.”

Reizende ‘tandenmaker’
Van de volwassen seizoenswerkers in Turkije heeft 65 procent nauwelijks onderwijs gevolgd, blijkt uit cijfers van de ILO. Ter vergelijking: in heel Turkije heeft 89 procent wel onderwijs gevolgd, aldus het Turkse instituut voor statistieken. Ook vader Nihat en moeder Nazl? zijn niet naar school geweest; ze zijn beide analfabeet. Nihats vader was een reizende ‘tandenmaker’: als ongeschoolde en analfabeet leerde hij van zijn vader om tanden schoon te maken, kiezen te trekken en kronen te plaatsen. Nihat reisde tot 2004 door de regio Urfa, waarbij hij het grensgebied rondom Syrië en Iran meenam, om gebitten te repareren. 

Vijf jaar geleden werd het ongeschoolden verboden om gebitten te repareren vanwege het gebrek aan hygiëne en daardoor het gevaar voor infectie. De ‘tandenmakers’ voerden veelal hun vak uit op straat, met een koffertje vol instrumenten naast zich. Nihat raakte door dit verbod van de ene op de andere dag werkloos. Inmiddels had hij zes kinderen, met nog eentje op komst. Van al het ongeschoolde werk dat overbleef, leek seizoenswerk op plantages het meest geschikt. Een volwassen seizoenswerker verdient twintig lira per dag. Dit is ongeveer tien euro. Daarvoor moeten ze tien à twaalf uur werken.

Het gezin Yamuktu is daarmee in een spiraal terecht gekomen, iets dat de ouders zeer betreuren. Ook de onderwijsbond Egitim Sen is zich hiervan bewust. In het rapport dat na het onderzoek in 2007 verscheen stelt de bond dat seizoenwerkers hun werk kiezen uit armoede, om te overleven. Daarvoor moet een structurele oplossing komen, stelt de bond. Dit kan in de vorm van een uitkering en het creëren van meer werkgelegenheid. 

Het ministerie van Onderwijs dient ervoor te zorgen dat de kinderen van deze ouders via extra lessen op het niveau moeten worden gebracht van hun klasgenoten. Als het echt niet anders kan, dient het ministerie van Onderwijs voor kostschoolvoorzieningen te zorgen, zowel in de thuisbasis als in de regio’s waar de ouders aan het werk zijn, stelt Egitim Sen. Moeder Nazl? zou erg graag zien dat die voorzieningen er komen, voornamelijk voor haar kinderen. “Als er niks verandert, worden zij ook allemaal slechtgeschoolde seizoenwerkers. Dat zou ik heel erg vinden.”

De onderwijsbond stelt verder dat de arbeidsomstandigheden op de plantages vaak ongezond voor kinderen zijn. Het ministerie van Volksgezondheid dient regelmatige controles uit te voeren om tijdig ziektes te voorkomen en de hygiëne te verbeteren. In de Turkse landbouwsector is wettelijk niks geregeld wat betreft sociale zekerheid, zoals pensioen, ziektekosten, et cetera. Plantage-eigenaren kunnen seizoenswerkers dus op allerlei onmogelijke manieren uitbuiten. Daarom pleit de bond voor een speciale arbeidswet ter bescherming van seizoenwerkers. Voor een land dat wil toetreden tot de EU is dit geen overbodige luxe.

 

http://www.fnv.nl/helpjezelf/mondiaal/kinderarbeid/campagne/turkije_seizoens_en_kinderarbeid.asp

 

091505INT25803

 

 

Praktische lijsten

Meld fouten en verbroken links